
Foto: mdburnette (CC0 1.0)
Het kabinet staat voor een aanzienlijke herziening van de financiering van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het hoger onderwijs. Door een dalend aantal studenten, voornamelijk als gevolg van vergrijzing, dreigt het studieaanbod in diverse regio’s te verschralen. Minister Bruins van Onderwijs benadrukt dat het huidige financieringssysteem, dat sterk leunt op studentenaantallen, hierdoor onder druk komt te staan.
Historisch gezien ontvingen onderwijsinstellingen meer overheidsfinanciering naarmate ze meer studenten hadden. Deze benadering leidde tot een sterke concurrentie om nieuwe studenten en een focus op populaire studies, soms ten koste van andere opleidingen. Met de verwachte afname van studentenaantallen wordt dit model echter onhoudbaar. Het aantal mbo-studenten daalde al van 508.000 in 2020 naar 469.000 in 2023, met een verdere daling tot 432.000 tegen 2040. In het hbo wordt een afname van 491.000 studenten in 2021 naar 410.000 in 2030 voorzien.
Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, introduceert minister Bruins experimenten waarbij een deel van de financiering niet langer afhankelijk is van studentenaantallen, maar van het aangeboden onderwijs. Instellingen die investeren in opleidingen met een maatschappelijk belang, zoals zorg, veiligheid en energietransitie, komen in aanmerking voor extra subsidies. Vanaf 2027 streeft de minister naar een volledige herziening van het bekostigingssysteem. Daarnaast wordt er gewerkt aan een Mbo Pact tussen werkgevers en onderwijsinstellingen om een opleidingsaanbod te realiseren dat aansluit op de toekomstige arbeidsmarkt.
Deze maatregelen zijn bedoeld om een divers en relevant onderwijsaanbod in alle regio’s te waarborgen, ondanks de demografische veranderingen. Door de focus te verleggen naar maatschappelijke behoeften hoopt het kabinet de negatieve effecten van krimpende studentenaantallen te mitigeren en de kwaliteit van het onderwijs te behouden.



Plaats een reactie